ECLI:NL:RBDHA:2020:4931
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag voorrangsverklaring wegens onvoldoende aantonen onoplosbare woonsituatie
Eiseres diende een aanvraag in voor een voorrangsverklaring vanwege ernstige burenoverlast en gezondheidsproblemen. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij de woonsituatie niet op een andere wijze kon oplossen, zoals mediation of het inschakelen van politie en juridisch loket.
Eiseres voerde aan dat zij door de burenoverlast gezondheidsproblemen heeft en dat mediation en andere oplossingen niet haalbaar zijn. Zij overhandigde medische verklaringen en bewijs van politie meldingen. Verweerder handhaafde het besluit en stelde dat eiseres onvoldoende had aangetoond dat zij alles had gedaan om het probleem op te lossen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet met voldoende stukken had onderbouwd waarom mediation niet mogelijk was en dat ook de medische stukken niet aantonen dat zij niet in staat was het probleem anders op te lossen. De hardheidsclausule werd niet van toepassing geacht omdat de situatie zich niet onderscheidt van andere woningzoekenden.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de aanvraag voor een voorrangsverklaring. De uitspraak werd gedaan door rechter A.E. Dutrieux op 2 juni 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voorrangsverklaring is ongegrond verklaard.