ECLI:NL:RBDHA:2020:4983
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele geaardheid Ugandese asielzoeker
Eiser, een Ugandese nationaliteit, verzocht om asiel in Nederland op grond van zijn homoseksuele geaardheid en de problemen die hij daardoor in Uganda ondervond. Hij had relaties en incidenten beschreven die zijn asielverzoek onderbouwen. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege ongeloofwaardigheid van de seksuele geaardheid.
Eiser voerde aan dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door geen beëdigde tolk in Luganda te gebruiken en het nader gehoor over een lange periode te verspreiden, wat volgens hem tot inconsistenties leidde. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht gebruik had gemaakt van een niet-registertolk wegens spoed en dat eiser onvoldoende had aangetoond dat hij door de wijze van horen in zijn belangen was geschaad.
Daarnaast stelde eiser dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met culturele aspecten en zijn referentiekader. De rechtbank vond dat eiser niet had toegelicht hoe de aangehaalde onderzoeken en rapporten op zijn zaak van toepassing waren en dat verweerder terecht had geoordeeld dat de verklaringen van eiser tegenstrijdigheden bevatten die de geloofwaardigheid ondermijnden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid van de homoseksuele geaardheid.