ECLI:NL:RBDHA:2020:5013
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing paspoortaanvraag minderjarige wegens erkenning tijdens bigamie
De zaak betreft een minderjarige geboren in 2006 in het buitenland, wiens vader Nederlander is en die een paspoortaanvraag indiende. De aanvraag werd afgewezen omdat de erkenning van het kind door de vader plaatsvond tijdens een bigame situatie: de vader was nog gehuwd met een andere vrouw toen hij het kind erkende.
De rechtbank overweegt dat volgens de Hoge Raad erkenning van een kind uit een bigame relatie pas kan leiden tot Nederlanderschap nadat de bigamie is beëindigd. Hoewel het verzoek tot echtscheiding eerder was ingediend, was de scheiding pas officieel ingeschreven na de erkenning, waardoor de bigame situatie nog bestond.
De rechtbank wijst het beroep ongegrond en bevestigt dat de erkenning tijdens het bestaan van het bigame huwelijk niet kan leiden tot Nederlanderschap. De mogelijkheid bestaat dat de minderjarige via een DNA-test alsnog Nederlander kan worden, maar dat is niet aan de orde in deze procedure.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de paspoortaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat de erkenning tijdens het bigame huwelijk plaatsvond.