ECLI:NL:RBDHA:2020:5055
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië op grond van Dublinverordening
Eiser, afkomstig uit Nigeria, diende op 7 januari 2020 een asielaanvraag in Nederland in, nadat hij eerder asielaanvragen had ingediend in Italië, Zweden en Finland. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam de aanvraag niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat zijn medische situatie bijzondere omstandigheden vormde die een uitzondering op deze regel rechtvaardigen, en dat Nederland zijn aanvraag in behandeling moest nemen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte geen nader medisch onderzoek had laten verrichten door het Bureau Medische Advisering (BMA), maar dat eiser onvoldoende bewijs leverde van ernstige medische problemen die een overdracht aan Italië zouden verhinderen. Het patiëntendossier toonde geen alarmsymptomen of onomkeerbare achteruitgang van de gezondheidstoestand aan. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat de medische zorg in Italië ontoereikend zou zijn.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de Dublinverordening toepaste en het verzoek om de asielaanvraag in behandeling te nemen op grond van artikel 17 niet Pro hoefde over te nemen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is.