Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar verzoek om een persoonlijke betalingsregeling voor een terugvordering kinderopvangtoeslag 2015. De Belastingdienst stelde aanvankelijk een standaardregeling van 24 maanden vast, maar verklaarde later het bezwaar gegrond en stelde een hogere maandelijkse betalingscapaciteit vast.
Tijdens de zitting werd een lagere maandelijkse aflossing van €400 voorgesteld en door partijen aanvaard. De rechtbank constateert dat de Belastingdienst onvoldoende inzicht heeft gegeven in de gevolgen van deze regeling, zoals de totale terugbetalingsduur en bijkomende kosten.
De rechtbank benadrukt het belang van rechtsgelijkheid en wijst op de maatschappelijke problematiek rond terugvorderingen in toeslagen, waarbij te hoge maandbedragen niet in verhouding staan tot de financiële situatie van burgers.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de beslissing op bezwaar en draagt de Belastingdienst op een nieuwe beslissing te nemen die rekening houdt met een ruimere uitleg van het wettelijk kader. Proceskosten worden niet toegewezen.