ECLI:NL:RBDHA:2020:6154
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen last onder dwangsom baggerwerkzaamheden
Eiseres, een maatschap die een melkveehouderij exploiteert, werd door het Hoogheemraadschap van Rijnland verplicht baggerwerkzaamheden aan de naastgelegen polder te gedogen. Verweerder legde een last onder dwangsom op vanwege het niet gedogen van de werkzaamheden, waarbij discussie bestond over de te gebruiken baggermethode: eiseres wilde een baggerspuit, verweerder een mobiele kraan.
Na meerdere pogingen tot contact en uitvoering van de werkzaamheden met verschillende methoden, verbeurde eiseres de maximale dwangsom van €14.000,-. Eiseres voerde aan dat zij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de baggerspuitmethode en dat de dwangsom onredelijk hoog was.
De rechtbank oordeelde dat de last onder dwangsom terecht was opgelegd en dat de baggermethode niet in de last was beperkt. Het vertrouwen op de baggerspuitmethode hield slechts twee dagen stand; daarna was duidelijk dat de mobiele kraan werd ingezet. De dwangsom was proportioneel en noodzakelijk om naleving af te dwingen. Eiseres had geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die matiging van de dwangsom rechtvaardigen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom is ongegrond verklaard en de invordering van de maximale dwangsom bevestigd.