ECLI:NL:RBDHA:2020:6327
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken PTSS-diagnose
Eiser, een gewezen beroepsmilitair die was uitgezonden naar Joegoslavië, vroeg om een militair invaliditeitspensioen wegens psychische klachten. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een psychiatrische expertise concludeerden artsen dat de diagnose PTSS niet gesteld kan worden volgens de geldende DSM-IV en DSM-5 criteria. De klachten passen beter bij een chronische aanpassingsstoornis, waarbij de uitzending slechts een beperkte rol speelt.
Verweerder wees het verzoek af en handhaafde dit besluit na bezwaar. Eiser voerde onder meer aan dat de medische advisering onzorgvuldig was, dat de diagnose PTSS volgens DSM-5 wel gesteld kan worden en dat hij het voordeel van de twijfel moest krijgen. De rechtbank oordeelde dat verweerder het juiste protocol toepaste, dat het medisch onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd was, en dat eiser onvoldoende twijfel heeft gecreëerd over de medische conclusies.
De rechtbank bevestigde dat de DSM-IV leidend is volgens het PTSS-protocol en dat ook een beoordeling volgens DSM-5 was verricht. De medische rapporten waren inzichtelijk en de stelling dat relevante medische informatie niet was meegewogen, werd verworpen. De rechtbank vond geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om militair invaliditeitspensioen wordt ongegrond verklaard.