Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Procesverloop
- eiseres;
- de gemachtigde van eiseres;
- de gemachtigde van verweerder.
Overwegingen
7 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1450) worden stortingen en bijschrijvingen op een bankrekening van een bijstandsontvanger in beginsel als in aanmerking te nemen middelen in de zin van artikel 31, eerste lid, van de Pw beschouwd. Als deze betalingen een terugkerend of periodiek karakter hebben, door de betrokkene kunnen worden aangewend voor de algemeen noodzakelijke bestaanskosten en zien op een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan, is voorts sprake van inkomen als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Pw.
30 november 2018 dient te worden herzien en de over deze periode te veel betaalde uitkering van eiseres te worden teruggevorderd.
30 november 2018 en de hoogte van de terugvordering vast te stellen op € 1.050,- netto.
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;