ECLI:NL:RBDHA:2020:7034
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-verzekering minderjarige voor Wet langdurige zorg wegens ontbreken ingezetenschap
Eiseres, als wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige dochter, betwist het besluit van de Sociale verzekeringsbank dat haar dochter vanaf 30 januari 2019 niet verzekerd is voor de Wet langdurige zorg (Wlz). De dochter was sinds 2015 langdurig in Marokko verblijvend en keerde eind 2018 terug naar Nederland. De aanvraag voor verzekering Wlz werd afgewezen omdat de dochter niet als ingezetene werd beschouwd.
De rechtbank overweegt dat ingezetenschap vereist dat er een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland bestaat. Hoewel de dochter de Nederlandse nationaliteit heeft en naar school gaat in Nederland, is zij in de relevante periode slechts kort in Nederland en woont zij samen met haar moeder bij haar broer, zonder zelfstandige woonruimte. De rechtbank acht de feitelijke woonsituatie en het ontbreken van duurzame woonruimte doorslaggevend.
De rechtbank bevestigt dat de bewijslast voor het aannemelijk maken van ingezetenschap bij eiseres ligt. Gezien de omstandigheden is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de minderjarige een duurzame persoonlijke band met Nederland heeft hersteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de minderjarige geen ingezetene is en daardoor niet verzekerd is voor de Wet langdurige zorg.