ECLI:NL:RBDHA:2020:7459
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing onrechtmatige maatregel van bewaring wegens niet-uitreiken ondertekend afschrift
Eiser, met de Tunesische nationaliteit, werd op 16 juli 2020 een maatregel van bewaring opgelegd door verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser stelde dat de maatregel niet rechtsgeldig was omdat geen ondertekend afschrift van de maatregel aan hem was uitgereikt, zoals vereist volgens artikel 5.3, eerste lid, Vreemdelingenbesluit 2000.
Tijdens de zitting en het daaropvolgende onderzoek bleek dat verweerder geen bewijs kon leveren van uitreiking van een ondertekend exemplaar aan eiser. Het aanvullende proces-verbaal, hoewel op ambtseed opgemaakt, bevatte slechts een verklaring van een derde die telefonisch informatie had verkregen, wat onvoldoende bewijs vormde.
De rechtbank concludeerde dat niet was voldaan aan de vereisten van artikel 5.3 Vb en dat de maatregel van meet af aan onrechtmatig was. Verweerder kon geen zwaarwegende belangen aanvoeren ter rechtvaardiging van het gebrek. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de maatregel opgeheven en een schadevergoeding van €1.680,- toegekend voor 21 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werden proceskosten van €1.050,- aan eiser toegekend.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig verklaard, opgeheven en eiser ontvangt een schadevergoeding van €1.680,-.