Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres 1] , eiseres 1,
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank oordeelt als volgt.
Er moet sprake zijn van een zekere mate van binding met het andere land om aan te kunnen nemen dat het gezinsleven daar kan worden uitgeoefend. Beoordeel ook of er ten aanzien van het andere land belemmeringen zijn die het uitoefenen van het gezinsleven aldaar onmogelijk maken of bemoeilijken. Denk bijvoorbeeld aan verblijf van het gezin of één van de gezinsleden in een ander land. Betrek bij het beantwoorden van de vraag of het gezinsleven daar kan worden uitgeoefend onder andere: de duur van het verblijf in dit land, de omstandigheden waaronder in het land is verbleven en of er sprake was van een begin van sociale en culturele banden met dat land. Als een gezin of een van de gezinsleden gedurende de reis naar Nederland bijvoorbeeld door omstandigheden een aantal weken in een ander land heeft verbleven, is dit in beginsel niet voldoende om aan te nemen dat het gezin zich daar ook in dat land zou kunnen vestigen.