Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 augustus 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de staatssecretaris van Defensie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Voorts is niet gebleken dat de oefening plaatsvond onder omstandigheden waarbij niet alle gebruikelijke veiligheidsmaatregelen werden of konden worden gehandhaafd. Dat er sprake was van een aaneenschakeling van oefeningen met slaapdeprivatie als gevolg maakt dit niet anders. Aan de brief van de Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan niet die waarde worden toegedicht die eiser voorstaat. Het onderzoek van de Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kent een geheel ander beoordelingskader dan de beoordeling van verweerder.
In zijn brief van 2 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vermeld dat het ongeval van eiser plaatsvond tijdens een oefening op niveau 4 en dat bij een oefening op niveau 4 de Arbowet niet van toepassing is. Niet gebleken is echter dat tijdens de brancardrace, die een deel was van de oefening van 22 maart 2019, niet alle normaal gebruikelijke veiligheidsmaatregelen waren getroffen. Niet is gebleken bijvoorbeeld dat de instructeur geen aanwijzingen mocht geven om een ongeval te voorkomen. Dat een brancardrace mogelijk is onder veiligere omstandigheden, bijvoorbeeld op een andere ondergrond of wanneer militairen minder vermoeid zijn, betekent niet dat sprake is van een verhoogd risico in de zin van de rechtspraak over dit onderwerp. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de CRvB van 25 februari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:654. De zaak die heeft geleid tot die uitspraak is naar het oordeel van de rechtbank vergelijkbaar met deze zaak.