ECLI:NL:RBDHA:2021:13932
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kuit- en scheenbeenbreuk tijdens KMS-opleiding niet aangemerkt als dienstongeval
Eiseres raakte tijdens een militaire opleiding op 30 september 2020 gewond door een val in een kuil in bosachtig terrein. Verweerder, de staatssecretaris van Defensie, kwalificeerde het ongeval als bedrijfsongeval en wees het bezwaar van eiseres af. Eiseres stelde dat sprake was van oorlogsnabootsende omstandigheden en een beroepsincident, wat zou leiden tot de kwalificatie als dienstongeval.
De rechtbank oordeelde dat het ongeval niet onder oorlogsnabootsende omstandigheden viel, omdat de veiligheidsmaatregelen niet buiten werking waren gesteld en de oefening plaatsvond onder normale omstandigheden. Ook was er geen sprake van een gevaarzettende situatie waaraan eiseres zich niet kon onttrekken, zoals vereist voor een beroepsincident. De rechtbank paste artikel 6:22 Awb Pro toe en accepteerde de nadere motivering van verweerder in het verweerschrift.
De rechtbank concludeerde dat het ongeval terecht als bedrijfsongeval is aangemerkt en dat het beroep ongegrond is. Wel werd verweerder opgedragen het griffierecht en de proceskosten van eiseres te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het ongeval wordt terecht als bedrijfsongeval aangemerkt.