ECLI:NL:CRVB:2016:654
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.A. Kooijman
- M. Kraefft
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bedrijfsongeval versus dienstongeval bij militair ongeval tijdens training
Appellant, werkzaam als sergeant-majoor en instructeur, liep op 1 augustus 2010 een rugwervelbreuk op tijdens een militaire training op een touwbaan. Na ontslag per 1 augustus 2013 verzocht hij om een invaliditeitspensioen. De minister kwalificeerde het ongeval als bedrijfsongeval met arbeidsongeschiktheid, niet als dienstongeval met invaliditeit, omdat geen sprake was van buitengewone omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het ongeval niet onder oorlogsnabootsende omstandigheden viel zoals bedoeld in het Besluit AO/IV. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het verhoogde risico tijdens de training wel degelijk oorlogsnabootsende omstandigheden betrof.
De Raad stelde vast dat het ongeval niet onder bijzondere omstandigheden plaatsvond; er waren geen extra veiligheidsrisico’s of speciale maatregelen die een verhoogd risico met oorlogskarakter aanduidden. Ook het ontvangen van een oefentoelage en het tijdstip van de training waren onvoldoende om buitengewone omstandigheden aan te nemen.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee het beroep van appellant werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt afgewezen en het ongeval wordt aangemerkt als bedrijfsongeval zonder invaliditeitspensioen.