ECLI:NL:RBDHA:2020:7928
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres, van Syrische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar kleinzoon, de referent, te verblijven. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit primaire verzoek op 19 juni 2017 af. Het daaropvolgende bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn van vier weken voor het indienen van bezwaar.
Eiseres betoogde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat de minderjarige referent werd bijgestaan door Nidos, waarbij een fout was gemaakt in de bezwaarprocedure. De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, mede omdat de voogd en Nidos nalieten tijdig bezwaar in te dienen en dat dit risico voor rekening van de betrokkene komt.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Hof van Justitie van de Europese Unie, maar concludeerde dat de omstandigheden onvoldoende waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.