ECLI:NL:RBDHA:2020:7935
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, waarbij Nederland Duitsland verantwoordelijk acht voor de behandeling van de aanvraag.
De rechtbank stelt vast dat eiser meerderjarig is en daarom artikel 8 van Pro de Dublinverordening, dat betrekking heeft op niet-begeleide minderjarigen, niet op hem van toepassing is. Ook het beroep op artikel 9, dat gezinsleden beschermt, wordt verworpen omdat broers niet als gezinsleden in de zin van de verordening worden beschouwd. Verder is onvoldoende gebleken van bijzondere individuele omstandigheden die toepassing van artikel 17, dat overdracht bij onevenredige hardheid kan voorkomen, rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.