ECLI:NL:RBDHA:2020:8235
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eerste arbeidsongeschiktheidsdag voor IVA-uitkering op grond van Wet WIA
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder waarin de eerste arbeidsongeschiktheidsdag werd vastgesteld op 11 maart 2017, wat de ingangsdatum van zijn IVA-uitkering bepaalt. Eiser stelde dat deze datum eerder had moeten zijn vanwege zijn oogziekte en de geleidelijke achteruitgang van zijn arbeidsvermogen.
De rechtbank heeft het geschil beoordeeld aan de hand van medische rapporten, eerdere uitspraken en de criteria rond de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag. De verzekeringsarts handhaafde het oordeel dat er geen medische onderbouwing was voor een eerdere datum dan 11 maart 2017, mede omdat sprake was van een acuut kantelmoment in maart 2017.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij vóór die datum om medische redenen minder uren had kunnen werken. Zijn beschikbaarheid voor werk en het maken van overuren ondersteunen dit. De eerdere medische klachten betroffen een geleidelijke achteruitgang zonder objectieve noodzaak tot urenvermindering.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is het bestreden besluit bevestigd. De uitspraak is gedaan door rechter J.B. Wijnholt op 23 juli 2020.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 11 maart 2017 is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond.