ECLI:NL:CRVB:2019:475
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies bij WIA-uitkering
Appellante, laatst werkzaam als lokethulpverlener, meldde zich ziek met klachten waaronder CVS, depressieve stoornis en paniekstoornis. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidsdeskundige onderzoeken een arbeidsongeschiktheidspercentage van 21,3% vast en concludeerde dat drie geselecteerde functies medisch geschikt zijn.
Appellante voerde aan dat haar beperkingen en urenbeperking onderschat zijn, wijzend op medische rapporten en haar klachten. De rechtbank en de Raad oordeelden dat de medische onderzoeken, waaronder neuropsychologisch onderzoek en psychiatrische expertises, geen aanwijzingen gaven voor meer beperkingen dan vastgesteld. De lichte urenbeperking van zes uur per dag werd als passend beschouwd.
Ook de stelling dat appellante als medische afzakker moet worden aangemerkt, werd verworpen wegens gebrek aan medische onderbouwing. De Raad bevestigde dat de maatmanomvang juist is vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend zijn gelet op het functieniveau en belastbaarheid.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige of voor een verdere aanpassing van het besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de beperkingen en urenbeperking van appellante juist heeft vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond.