ECLI:NL:RBDHA:2020:8741
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens onderbemanning op motorschip bevestigd ondanks aanwezigheid deksman
Op 14 juni 2018 vond een controle plaats op naleving van de Binnenvaartwet. Er werd geconstateerd dat de minimumbemanning niet bestond uit een schipper, stuurman en lichtmatroos, maar uit twee schippers en een deksman. Verweerder legde een boete van €2.500 op wegens onderbemanning. Na bezwaar matigde hij de boete tot €1.250 omdat er wel drie bemanningsleden aanwezig waren.
Eiseres betwistte dat een deksman een lichtmatroos kan vervangen en stelde dat de boete onterecht is omdat de bemanning zelfs beter gekwalificeerd was. De rechtbank oordeelde dat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in een eerdere uitspraak terecht had geoordeeld dat een deksman een lichtmatroos niet kan vervangen en dat de boete daarom terecht is opgelegd.
De rechtbank vond dat de matiging van 50% passend was vanwege de aanwezigheid van een derde persoon, maar dat verdere matiging niet op zijn plaats was. Ook wees de rechtbank het beroep af omdat het schip niet onder een vrijstelling viel en de kosten van de bemanning geen reden waren voor extra matiging.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit van verweerder.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €1.250 wegens onderbemanning door het ontbreken van een lichtmatroos ondanks aanwezigheid van een deksman.