ECLI:NL:RVS:2018:1749
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- B.P. Vermeulen
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens onderbemanning op binnenvaartvaartuig
De minister legde aan [appellante] een bestuurlijke boete van €1.300 op wegens overtreding van de Binnenvaartwet door het niet voortdurend aan boord hebben van de minimumbemanning op een duwboot met gekoppelde duwbakken. De boete was gebaseerd op een tekort van een lichtmatroos en een machinist/matroos-motordrijver. [Appellante] stelde onder meer dat het aanvullend boeterapport niet ter inzage was gelegd en dat zij niet als werkgever kon worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat het aanvullend rapport niet ter inzage was gelegd, maar dat dit gebrek niet tot benadeling had geleid. Ook werd geoordeeld dat [appellante] als werkgever kon worden aangemerkt op basis van verklaringen van de gezagvoerder. Verder stelde de rechtbank vast dat de bemanning niet voldeed aan de minimumeisen zoals opgenomen in het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (Rsp).
In hoger beroep voerde [appellante] onder meer aan dat de boete onredelijk hoog was en dat de minimumbemanning verkeerd was vastgesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp deze bezwaren en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De boete was gebaseerd op de juiste wettelijke bepalingen en de veiligheid van de vaart rechtvaardigt de hoogte van de boete. De motie van de Tweede Kamer leidde niet tot een lagere boete.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €1.300 wegens onderbemanning wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.