ECLI:NL:RBDHA:2020:8762
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit opschorting dwangsom bij overschrijding beslistermijn asielaanvraag
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag en kreeg bij uitspraak van 13 maart 2020 gelijk, waarbij een beslistermijn van acht weken werd gesteld met een dwangsom bij overschrijding.
Verweerder nam het besluit pas op 3 juni 2020 en stelde dat vanwege de coronapandemie de beslistermijn en dwangsom opgeschort konden worden, verwijzend naar artikelen 4:15 en 5:34 van de Awb. De rechtbank oordeelde dat deze wetsartikelen geen rechtsgrond bieden om niet tijdig te voldoen aan een in rechte vaststaande uitspraak.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover verweerder stelde geen dwangsom verschuldigd te zijn, bepaalde dat verweerder een dwangsom van €2.600 moet betalen voor de periode 9 mei tot en met 3 juni 2020 en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
De uitspraak benadrukt dat een bestuursorgaan niet zonder rechtsgrond de beslistermijn kan opschorten en dat overmacht, zoals de coronapandemie, geen vrijbrief is om niet te voldoen aan rechterlijke uitspraken.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot opschorting van de dwangsom en veroordeelt verweerder tot betaling van een dwangsom van €2.600.