ECLI:NL:RBDHA:2020:8930
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding zonder verwijt
De werkgever heeft bij de kantonrechter verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer heeft verweer gevoerd, maar erkent inmiddels dat de arbeidsverhouding zodanig verstoord is dat voortzetting niet redelijk is en herplaatsing niet mogelijk.
Tijdens de mondelinge behandeling op 31 juli 2020 zijn pleitaantekeningen overgelegd en is het procesdossier aangevuld met aantekeningen van de griffier. Partijen zijn het eens over het ontbreken van verwijt aan beide zijden en de onmogelijkheid tot herplaatsing.
De kantonrechter oordeelt dat aan de wettelijke vereisten voor ontbinding is voldaan, met name artikel 7:671b lid 1 sub a juncto artikel 7:669 lid 3 sub g BW Pro. Er is geen sprake van opzegverboden. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 augustus 2020, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 augustus 2020 wegens een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding zonder verwijt aan partijen.