ECLI:NL:RBDHA:2020:8971
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij bovenwettelijke uitkering
Eiser was werkzaam als brug- en sluisoperator en kreeg ontslag op grond van het Algemeen rijksambtenarenreglement (ARAR). Dit ontslag is door de Centrale Raad van Beroep vernietigd, waardoor eiser in dienst bleef. Verweerder had een besluit genomen over een bovenwettelijke uitkering met een WW-duur van 24 maanden, waartegen eiser bezwaar maakte en beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat door de vernietiging van het ontslagbesluit eiser geen recht meer heeft op de uitkering en daarmee geen procesbelang meer heeft bij het beroep. Het feit dat het beroep vóór de vernietiging was ingesteld doet hieraan niet af. Ook het verzoek tot vergoeding van kosten wordt afgewezen omdat dit niet tijdig is ingediend.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en komt niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het geschil. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.