ECLI:NL:RBDHA:2020:9086
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking verblijfsvergunning wegens termijnoverschrijding
Eiser had een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die geldig was tot 16 juli 2019. Na het niet tijdig indienen van een verlengingsaanvraag heeft verweerder de vergunning ingetrokken bij besluit van 31 januari 2020. Het besluit is aangetekend verzonden naar het laatst bekende adres in de Basisregistratie Personen (Brp).
Eiser betoogde dat het besluit niet correct was bekendgemaakt omdat het niet aan zijn voormalige advocaat was verzonden en verweerder na retourzending geen verdere stappen had ondernomen, terwijl uit de retourzending bleek dat eiser was verhuisd. Tevens stelde eiser dat hij tijdens verblijf in Algerije via e-mail contact had gezocht met de Nederlandse ambassade en dat het besluit onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd was.
De rechtbank oordeelde dat verzending naar het laatst bekende Brp-adres rechtsgeldig is en dat eiser verplicht was zijn adreswijziging door te geven conform artikel 4.37 Vb 2000. Omdat eiser dit niet deed, is de termijnoverschrijding aan hem te wijten. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank wees ook het standpunt van eiser af dat de Nederlandse overheid gehouden was nadere informatie te verstrekken na zijn e-mailverzoek.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding aan eiser te wijten.