ECLI:NL:RVS:2013:1329
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar intrekking verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie trok op 25 juli 2008 de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van de vreemdeling in. De vreemdeling diende bezwaar in, maar dit was na de wettelijke termijn. De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat de vreemdeling niet tijdig van het besluit op de hoogte was.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, omdat het besluit correct was verzonden naar het laatst bekende adres in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) en de vreemdeling had verzuimd een nieuw adres door te geven, zoals verplicht volgens het Vreemdelingenbesluit 2000.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. De vreemdeling had moeten begrijpen dat verzending naar het laatst bekende adres rechtsgeldig was en dat het niet tijdig indienen van bezwaar voor zijn rekening en risico kwam. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wordt ongegrond verklaard.