ECLI:NL:RBDHA:2020:9166
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke heroverweging ingangsdatum asielvergunning na wijziging landenbeleid
Eiser, een Afghaanse Hazara, diende op 25 augustus 2015 zijn eerste asielaanvraag in, die in 2017 werd afgewezen. Na een wijziging van het landenbeleid per 26 juli 2019, waarbij Kabul niet langer als vestigingsalternatief geldt, werd zijn asielaanvraag alsnog ingewilligd met ingang van 14 maart 2019. Eiser betwistte de ingangsdatum en stelde dat deze op de datum van zijn eerste aanvraag had moeten worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet deugdelijk had gemotiveerd waarom de ingangsdatum was vastgesteld op het moment van de beleidswijziging. De omstandigheden die tot de beleidswijziging leidden, vielen deels samen met de periode van de eerste asielprocedure, waardoor niet uitgesloten is dat eiser toen al aan de vereisten voldeed.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot het nemen van een nieuw besluit met een juiste motivering. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
De uitspraak benadrukt dat het rechtszekerheidsbeginsel niet in de weg staat aan een eerdere ingangsdatum dan de datum van de herhaalde aanvraag, mits dit goed wordt gemotiveerd. Het belang van een zorgvuldige motivering bij bestuurlijke heroverwegingen wordt hiermee onderstreept.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van de ingangsdatum van de asielvergunning.