ECLI:NL:RVS:2021:1431
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over ingangsdatum verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verleende bij besluit van 1 november 2019 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met ingang van 14 maart 2019. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de ingangsdatum van de vergunning vóór de datum van indiening van de opvolgende aanvraag kon worden gesteld. Het gewijzigde landenbeleid dat de reden was voor inwilliging gold immers nog niet ten tijde van de eerdere aanvraag.
Hoewel het oorspronkelijke besluit een motiveringsgebrek bevatte en daarom vernietigd moest worden, vond de Afdeling dat de rechtsgevolgen van dat besluit uit oogpunt van definitieve geschilbeslechting in stand moesten blijven. De uitspraak van de rechtbank werd daarom vernietigd voor zover deze de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen en nagelaten had de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit blijven in stand.