ECLI:NL:RBDHA:2020:9392
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking Dublin-overdrachtsbesluiten wegens coronacrisis
Eisers hadden beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun asielaanvragen niet werden behandeld omdat Frankrijk verantwoordelijk werd gehouden voor de behandeling. Eisers vroegen ook om een voorlopige voorziening om overdracht aan Frankrijk te voorkomen.
Verweerder trok de besluiten op 20 augustus 2020 in omdat overdracht binnen de termijn niet mogelijk bleek door de uitbraak van het coronavirus. Eisers trokken daarop hun beroep en verzoek in en verzochten om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat intrekking van besluiten vanwege veranderde omstandigheden zoals de coronacrisis niet gelijkstaat aan tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb. Omdat de coronacrisis buiten de macht van verweerder lag en niet te wijten was aan onrechtmatigheid, bestond geen grond voor proceskostenvergoeding.
Het verzoek werd daarom als kennelijk ongegrond afgewezen. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 23 september 2020.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de intrekking van de besluiten het gevolg is van de coronacrisis en niet van onrechtmatigheid.