ECLI:NL:RBDHA:2020:9459
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek arbeidsongeschiktheid in en door de dienst voor boa wegens buitensporige werkomstandigheden
Eiser, werkzaam als boa bij de gemeente Leidschendam-Voorburg sinds 2000, verzocht om zijn arbeidsongeschiktheid aan te merken als in en door de dienst, vanwege meerdere incidenten met agressie en geweld tijdens zijn werkzaamheden. Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiser stelde dat de incidenten buitensporig waren en dat er sprake was van een werkgerelateerde PTSS.
De rechtbank oordeelde dat de incidenten inherent zijn aan de functie van boa en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat deze incidenten een buitensporig karakter hadden. Ook de opstapeling van incidenten werd niet als buitensporig beschouwd. Het overzicht van vergelijkbare incidenten bij collega’s ondersteunde het standpunt van verweerder dat agressie en geweld gebruikelijk zijn binnen de functie.
De bedrijfsarts kwalificeerde de situatie als werkgerelateerde problematiek, maar dit maakte de incidenten niet objectief buitensporig. Het argument dat het handboek agressie is opgesteld naar aanleiding van eisers uitval werd verworpen. De rechtbank concludeerde dat verweerder het verzoek terecht heeft afgewezen en dat er geen causaliteit hoefde te worden beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de arbeidsongeschiktheid niet als in en door de dienst aan te merken is ongegrond verklaard.