ECLI:NL:CRVB:2012:BX9964
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- J.G. Treffers
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om burn-out als beroepsziekte wegens ontbreken buitensporigheid
Appellant, werkzaam als medewerker Basispolitiezorg B en brigadier, viel in februari 2009 uit wegens ziekte met vastgestelde PTSS en burn-out. Hij verzocht de korpsbeheerder om deze klachten als beroepsziekte te erkennen op grond van artikel 1, lid 1, aanhef en onder y van het Barp. De korpsbeheerder wees dit verzoek af, wat door de rechtbank deels werd herroepen voor de PTSS maar niet voor de burn-out.
In hoger beroep richt appellant zich uitsluitend tegen de afwijzing van de burn-out als beroepsziekte. De Raad bevestigt het buitensporigheidsvereiste, waarbij alleen bijzondere, objectief vast te stellen factoren die buiten de normale werkomstandigheden vallen, tot erkenning kunnen leiden. De Raad wijst erop dat psychische klachten een specifieke beoordeling vragen, waarbij geen rekening wordt gehouden met een meer dan gemiddelde individuele gevoeligheid.
De Raad oordeelt dat de PTSS-klachten veroorzaakt zijn door buitensporige gebeurtenissen, maar dat deze niet in overwegende mate hebben bijgedragen aan de burn-out. Uit het psychologisch rapport blijkt dat de burn-out mede is veroorzaakt door andere factoren zoals organisatieontwikkelingen, persoonlijke eigenschappen en life events. De enkele stellingen over werkdruk en pressie zijn onvoldoende om buitensporigheid aan te tonen.
Daarom wordt het verzoek om erkenning van de burn-out als beroepsziekte terecht afgewezen. De uitspraak van de rechtbank wordt voor zover aangevochten bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om erkenning van de burn-out als beroepsziekte is afgewezen wegens ontbreken van buitensporige factoren.