ECLI:NL:RBDHA:2020:955
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk onderzocht, waarbij eiser stelde dat hij in Italië onmenselijk behandeld zou worden vanwege inadequate opvang en dat hij als extra kwetsbaar persoon moet worden aangemerkt wegens psychische klachten. Deze stellingen zijn niet voldoende onderbouwd met persoonlijke of feitelijke gegevens.
De rechtbank bevestigt het interstatelijk vertrouwensbeginsel tussen Nederland en Italië en oordeelt dat het bestreden besluit voldoende is gemotiveerd. Het rapport van de Schweizerische Flüchtlingshilfe en andere bronnen bieden geen nieuw of wezenlijk ander beeld dan eerder beoordeelde stukken. De rechtbank concludeert dat er geen reëel risico bestaat op een schending van artikel 3 EVRM Pro in Italië.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-inhoudelijk behandelen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië wordt ongegrond verklaard.