Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige], eisers V-nummers: [V-nummer] en [V-nummer]
Rechtbank Den Haag
Eisers, een minderjarige en zijn zoon, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun asielaanvraag niet-ontvankelijk te verklaren, omdat zij in Griekenland internationale bescherming genieten. De rechtbank oordeelt dat eisers voldoende gelegenheid hebben gehad om te verklaren over de aanrandingen die de zoon in Griekenland heeft meegemaakt, maar dat zij geen aanvullende verklaringen hebben gegeven.
De rechtbank stelt vast dat eisers een verblijfsvergunning in Griekenland hebben en dat dit een sterke band met dat land impliceert. Hoewel eisers aanvoeren dat hun vergunning is verlopen en zij niet terug kunnen vanwege slechte opvang- en medische voorzieningen, is dit onvoldoende onderbouwd. Verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Griekenland zijn verdragsverplichtingen nakomt.
Eisers betogen verder dat zij bijzonder kwetsbaar zijn vanwege psychische problemen van de zoon, maar de rechtbank concludeert dat de medische stukken onvoldoende onderbouwing bieden en dat geen sprake is van een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie zoals vereist volgens het arrest Ibrahim. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van onmogelijkheid tot adequate hulp in Griekenland.