ECLI:NL:RBDHA:2020:9651
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek Ziektewet-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiseres heeft een herzieningsverzoek ingediend tegen het besluit van 15 augustus 2012, waarbij zij per 22 augustus 2012 weer geschikt werd geacht voor haar eigen werk en haar Ziektewet-uitkering werd beëindigd. Het UWV heeft dit verzoek afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigen.
De rechtbank overweegt dat het besluit uit 2012 onherroepelijk is en dat op een verzoek tot terugkomen van een dergelijk besluit artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is. Dit artikel vereist dat de aanvrager nieuwe feiten of omstandigheden aanvoert die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of niet eerder konden worden aangevoerd.
Eiseres stelde dat medische informatie van PsyQ uit 2013 aantoont dat zij destijds niet in staat was tot werk vanwege ADHD-gerelateerde klachten. De verzekeringsarts van het UWV heeft deze informatie beoordeeld en geoordeeld dat deze feiten reeds bekend en meegewogen waren bij het oorspronkelijke besluit. De rechtbank volgt dit oordeel en wijst het beroep af omdat het verzoek niet voldoet aan de vereisten van artikel 4:6 Awb Pro.
Daarnaast weerlegt de rechtbank het argument van eiseres dat latere medische beoordelingen een andere inschatting van haar belastbaarheid rechtvaardigen, omdat deze betrekking hebben op een latere periode. De rechtbank concludeert dat het UWV het verzoek terecht heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten.