De rechtbank Den Haag behandelde een collectieve actie tegen de Staat der Nederlanden, waarin eisers stelden dat het gebruik van risicoprofielen met etniciteit bij Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) door de Koninklijke Marechaussee in strijd is met het discriminatieverbod. De eisers, waaronder Stichting Radar, NJCM en Amnesty International, vorderden onder meer een verbod op het gebruik van etnische kenmerken bij MTV-controles.
De rechtbank beoordeelde de ontvankelijkheid van de collectieve vorderingen en stelde vast dat Stichting Radar, NJCM en Amnesty International aan de wettelijke eisen voldoen, terwijl CAD vanwege het ontbreken van rechtspersoonlijkheid niet ontvankelijk is. Tevens werd Amnesty International aangewezen als exclusieve belangenbehartiger, gezien haar omvang en rol.
De individuele eisers [eisende partij sub 1] en [eisende partij sub 2] werden eveneens ontvankelijk verklaard, met voldoende concreet belang om hun vorderingen te kunnen instellen. De inhoudelijke behandeling van het geschil werd aangehouden tot de mondelinge behandeling op 15 juni 2021.
De rechtbank draagt Amnesty International op dit vonnis aan te tekenen in het centraal register voor collectieve vorderingen en houdt verdere beslissingen aan.