ECLI:NL:RBDHA:2021:10444
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op opheffing ongewenstverklaring wegens niet verstreken vijfjarentermijn
Eiseres, met de Albanese nationaliteit, werd in januari 2017 aan de grens geweigerd en in februari 2017 uitgezet. Vervolgens werd zij ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, onder c van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een veroordeling voor een strafbaar feit. Eiseres verzocht in april 2020 om opheffing van deze ongewenstverklaring, maar verweerder wees dit af omdat de wettelijk vereiste vijfjarentermijn nog niet was verstreken en eiseres onvoldoende bewijs overlegde dat zij gedurende deze periode buiten Nederland verbleef en niet strafrechtelijk werd vervolgd.
Eiseres stelde dat verweerder ten onrechte het Unierechtelijke openbare orde-criterium uit de Terugkeerrichtlijn niet had toegepast en dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd. De rechtbank oordeelde dat de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing is omdat eiseres aan de grens werd geweigerd en de ongewenstverklaring een nationale maatregel betreft. De motivering van verweerder was voldoende en het beroep faalde.
Verder wees de rechtbank het betoog van eiseres af dat zij geen bewijs mocht worden gevraagd voor de vijfjarentermijn en dat zij in bewijsnood verkeerde. Eiseres had geen stukken overgelegd waaruit haar verblijf buiten Nederland en strafvrijheid bleek, terwijl zij redelijkerwijs over deze documenten zou moeten kunnen beschikken. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.