ECLI:NL:RBDHA:2021:10613
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet in behandeling nemen tweede asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid
Eiser, van Pakistaanse nationaliteit, diende op 14 juni 2019 een eerste asielaanvraag in Nederland in, die werd afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk was. Op 10 december 2020 meldde eiser zich opnieuw bij het aanmeldcentrum in Ter Apel en gaf aan internationale bescherming te wensen, maar dit verzoek werd niet geregistreerd als een nieuwe aanvraag. Verweerder nam de tweede aanvraag van eiser op 5 juli 2021 niet in behandeling, stellende dat Duitsland verantwoordelijk is.
De rechtbank oordeelt dat het asielverzoek van 10 december 2020 wel degelijk is gedaan, maar niet tijdig is geregistreerd en ingediend door verweerder. Hierdoor ontstond een lange periode tussen het doen en indienen van het verzoek, wat niet is onderkend in het bestreden besluit. Dit leidt tot een onzorgvuldige voorbereiding en onvoldoende motivering van het besluit.
De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de uitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser. Het oordeel is gebaseerd op de toepasselijke artikelen van de Vreemdelingenwet, de Dublinverordening en de Procedurerichtlijn, alsmede vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.