ECLI:NL:RBDHA:2021:10652
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU en arrest Chavez-Vilchez
Eiseres, een Marokkaanse moeder van minderjarige Nederlandse kinderen, diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument op grond van artikel 20 van Pro het VWEU en het arrest Chavez-Vilchez, stellende dat zij een afgeleid verblijfsrecht heeft vanwege de afhankelijkheid van haar kinderen.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiseres en haar kinderen niet in Nederland verbleven en zij de familierechtelijke relatie en daadwerkelijke zorg niet voldoende had aangetoond. Het bezwaar werd ongegrond verklaard met de stelling dat het declaratoire verblijfsrecht alleen geldt als de derdelander zich daadwerkelijk op het Nederlandse grondgebied bevindt.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris ten onrechte heeft geoordeeld dat het verblijf buiten Nederland het afgeleid verblijfsrecht uitsluit. Op basis van jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak kan het verblijfsrecht ook gelden als de minderjarige Unieburgers buiten de EU verblijven en afhankelijk zijn van de derdelander. De weigering berust op een ontoereikend onderzoek en onzorgvuldige voorbereiding.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op om opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 748,-.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak.