ECLI:NL:RBDHA:2021:10688
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inwilliging verblijfsvergunning asiel wegens verantwoordelijkheid Bulgarije
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder nam het verzoek niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser vreesde detentie en slechte behandeling bij terugkeer naar Bulgarije, onderbouwd met verwijzingen naar slechte detentieomstandigheden en mishandeling.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijke vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije. Uit het AIDA-rapport 2020 bleek geen sprake van systematische tekortkomingen die het vertrouwensbeginsel zouden ondermijnen. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij persoonlijk risico loopt op detentie of schending van zijn rechten bij terugkeer.
Eisers beroep op eerdere uitspraken en het risico van indirect refoulement werd verworpen omdat zijn situatie afweek van die zaken. De rechtbank concludeerde dat geen reden bestaat om het besluit te vernietigen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid van Bulgarije wordt ongegrond verklaard.