Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam] eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 5 april 2021 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser vreesde onmenselijke behandeling en uitzetting bij overdracht aan Bulgarije, mede vanwege eerdere detentie en mishandeling aldaar.
De rechtbank oordeelde dat Bulgarije het terugnameverzoek van Nederland heeft aanvaard en heeft toegezegd het asielverzoek conform Europese richtlijnen te behandelen, zonder schending van het verbod op refoulement. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, en eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd om dit te weerleggen. Het AIDA-rapport en andere aangevoerde informatie gaven geen aanleiding tot het aannemen van systematische tekortkomingen die een uitzondering rechtvaardigen.
Ook de verwijzing naar een Italiaanse rechterlijke uitspraak en eisers persoonlijke relaas overtuigden de rechtbank niet van het tegendeel. Verweerder hoefde daarom geen individuele garanties te vragen en hoefde de aanvraag niet zelf te behandelen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt bevestigd.