ECLI:NL:RBDHA:2021:10860
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag op grond van veilig derde land Rwanda
Eiser, een Eritrese nationaliteit dragende persoon, diende op 27 oktober 2020 een asielaanvraag in Nederland in. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Rwanda als veilig derde land wordt beschouwd voor eiser. De rechtbank behandelde het beroep op 19 augustus 2021.
Eiser betoogde dat Rwanda voor hem geen veilig derde land is, onder meer vanwege vertragingen in asielprocedures voor andere nationaliteiten dan de Burundese en het ontbreken van asielbescherming in Rwanda. Tevens stelde hij dat zijn verblijfsrecht in Rwanda niet gebaseerd is op asiel maar op werkzaamheden. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat eiser een zodanige band met Rwanda heeft dat het redelijk is daarheen te gaan, mede omdat eiser familie heeft en eerder legaal in Rwanda verbleef.
De rechtbank vond ook aannemelijk dat eiser opnieuw tot Rwanda wordt toegelaten, mede vanwege het bezit van een Rwandese Foreigner’s Identity Card en eerdere verblijfsrechten. De stellingen van eiser dat hij zijn paspoort niet kan verlengen en dat hij geen asiel kan krijgen in Rwanda, werden niet aannemelijk gemaakt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Rwanda als veilig derde land wordt beschouwd.