Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Subsidiair kon en kan hij in ieder geval rechten ontlenen aan Besluit 1/80. Zijn aanvraag voor verlenging had dan ook als aanvraag voor verlening moeten worden aangemerkt met vrijstelling van het mvv-vereiste. Verder kan hij een beroep doen op vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van de hardheidsclausule, nu hij de aanvraag heeft ingediend binnen een termijn van twee jaar na afloop van een eerder verleende verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en tijdig om verlenging hiervan heeft gevraagd. Tot slot is er ten onrechte afgezien van horen. In bezwaar had eiser nader kunnen toelichten dat hij steeds maar korte perioden buiten Nederland is geweest en dat dit was om zijn zieke moeder te verzorgen. Ook had hij nader kunnen verklaren hoe het komt dat hij geen andere bewijsstukken heeft en dat hij wel degelijk gewerkt heeft.
Verder is niet duidelijk welke ongeoorloofde beperkingen verweerder zou hebben ingevoerd die een beroep op artikel 13 van Pro Besluit 1/80 kunnen rechtvaardigen. Vooropgesteld is verweerder van mening dat eiser niet is onderworpen aan nieuwe beperkingen in de zin van artikel 13 van Pro Besluit 1/80. Eiser kon geen rechten meer ontlenen aan Besluit 1/80, nu deze rechten, voor zover die er al waren, zijn vervallen. In onderhavige zaak is, in tegenstelling tot de door eiser aangehaalde zaak, niet tegengeworpen dat voor een beroep op de standstill-bepaling niet vereist is dat een Turks staatsburger rechten kan ontlenen aan artikel 6 van Pro Besluit 1/80. Er is dan ook geen sprake van gelijke gevallen. Het beroep van eiser op de standstill-bepaling kan niet slagen, omdat niet is gebleken dat op en voor 1 december 1980 een voor eiser gunstigere bepaling gold. In dit verband verwijst verweerder naar een uitspraak van de rechtbank Den Haag. [7]