Eiseres, een Eritrese jongvolwassene, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aanvraag, waarbij verweerder stelde dat de feitelijke gezinsband met haar moeder was verbroken. De rechtbank overweegt dat eiseres bij de aanvraag als jongvolwassene moet worden beoordeeld en dat de omstandigheden ten tijde van de aanvraag doorslaggevend zijn.
De rechtbank stelt vast dat eiseres na het vertrek van haar moeder noodgedwongen bij haar oma woonde en daarna in Asmara werkte, maar dat dit niet op eigen keuze was. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat de gezinsband is verbroken en heeft ten onrechte de bewijslast bij eiseres gelegd om aan te tonen dat zij zich niet moeiteloos kon handhaven.
Gelet op deze onjuiste motivering en bewijslastverdeling vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en beveelt verweerder een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van €1.496,-.