ECLI:NL:RVS:2019:4122
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onterecht verbroken gezinsband
De vreemdeling, geboren in 1993 en Syrisch staatsburger, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf om bij zijn vader, referent, te verblijven. De vader had een verblijfsvergunning asiel en was in 2015 naar Nederland gekomen. De aanvraag werd afgewezen omdat de staatssecretaris oordeelde dat de feitelijke gezinsband was verbroken, mede omdat het meerderjarige kind zelfstandig woonde.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat hij niet vrijwillig zelfstandig ging wonen, maar gedwongen door de militaire dienstplicht en de oorlogssituatie in Syrië. Tevens stelde hij dat de staatssecretaris de contra-indicaties niet individueel had beoordeeld en dat het horen in bezwaar onterecht was achterwege gebleven.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat zelfstandig wonen door noodgedwongen vertrek vanwege dienstplicht niet automatisch de gezinsband verbreekt. Ook was het horen in bezwaar onterecht achterwege gelaten omdat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was. Verder was de motivering van de staatssecretaris over het zelfstandig en moeiteloos handhaven onvoldoende. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit vernietigd, en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling.