ECLI:NL:RBDHA:2021:11200
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesbelang en staatloosheid bij beroep tegen nationaliteitsregistratie en asielstatus
Eisers, een Palestijn uit de Gazastrook en een Syrisch-Palestijnse vrouw uit Jemen, dienden asielaanvragen in Nederland in december 2020. Verweerder verleende hen verblijfsvergunningen op grond van de Vreemdelingenwet, maar registreerde hen met 'nationaliteit onbekend'. Eisers stelden dat zij als staatloos geregistreerd hadden moeten worden en dat eiser aanspraak maakt op een zelfstandige asielstatus.
De rechtbank beoordeelde het procesbelang van eisers en concludeerde dat zij dit wel degelijk hebben, omdat staatloosheid belangrijke rechten met zich brengt zoals versneld naturaliseren en lagere legeskosten. Vervolgens onderzocht de rechtbank of eisers voldoende documenten hadden overgelegd om als staatloos te worden aangemerkt. Dit bleek niet het geval, omdat zij geen originele documenten uit de vereiste drie groepen konden tonen.
Eiser stelde verder dat hij onder artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag valt en als vluchteling moet worden beschouwd vanwege bedreigingen door Hamas. De rechtbank volgde dit niet, mede omdat eiser niet aannemelijk maakte dat hij daadwerkelijk bescherming van UNRWA ontving en het risico op ernstige schade onvoldoende was onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat de beroepen ongegrond zijn en wees deze af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst ze af.