ECLI:NL:RVS:2019:556
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel voor staatloze Palestijnen zonder UNRWA-bijstand
De vreemdelingen, staatloze Palestijnen die in de Verenigde Arabische Emiraten verbleven, vroegen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees hun aanvragen op 30 augustus 2017 af, omdat zij geen asielrechtelijk relevante elementen hadden aangevoerd met betrekking tot hun verblijf in de VAE, die als hun gebruikelijke verblijfplaats werd aangemerkt.
De vreemdelingen voerden aan dat zij vanwege hun staatloze status en registratie bij UNRWA aanspraak maakten op bescherming op grond van artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag. De Raad van State overwoog dat volgens jurisprudentie van het Hof van Justitie EU alleen personen die daadwerkelijk bijstand van UNRWA ontvangen, zijn uitgesloten van de vluchtelingenstatus. Omdat de vreemdelingen hadden verklaard nooit daadwerkelijke hulp van UNRWA te hebben ontvangen, was artikel 1D niet van toepassing.
De overige aangevoerde grieven konden geen aanleiding geven tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van 2 oktober 2017. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdelingen wordt afgewezen en de afwijzing van hun asielaanvragen wordt bevestigd.