Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, met de Egyptische nationaliteit, had een verblijfsvergunning als gezinslid bij referent, die was ingetrokken vanwege beëindiging van de relatie. Zij vroeg wijziging van het verblijfsdoel naar niet-tijdelijke humanitaire gronden, stellende slachtoffer te zijn van huiselijk geweld dat tot verbreking van de relatie leidde.
Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres onvoldoende objectief bewijs overlegde dat zij slachtoffer was van huiselijk geweld dat de relatie beëindigde. Het proces-verbaal van aangifte bevatte slechts haar eigen verklaringen, en de overige verklaringen waren niet objectief of verifieerbaar. Ook ontbraken medische stukken of hulpverleningsrapporten.
Eiseres stelde dat de relatie pas in november 2020 werd verbroken en dat zij meerdere malen de politie had gebeld en in een crisisopvang verbleef. De rechtbank oordeelde echter dat de gezinsband juridisch was beëindigd op 4 november 2020 en dat het huiselijk geweld na die datum niet tot verbreking had geleid. Bovendien was het bewijs onvoldoende volgens het beleid van verweerder.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaar niet tot een andere beslissing kon leiden en wees het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot wijziging van het verblijfsdoel wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van huiselijk geweld.