ECLI:NL:RBDHA:2021:11847
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering asielverzoek op grond van Dublinverordening en indirect refoulement
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Denemarken verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De aanvraag van eiser was eerder in Denemarken ingediend en ingewilligd, maar de verblijfsvergunning is daar ingetrokken vanwege een strafbaar feit.
Eiser voerde aan dat overdracht aan Denemarken indirect refoulement oplevert vanwege verschillen in het landgebonden beleid ten aanzien van Syrië, met name dat Denemarken Damascus als veilig gebied aanmerkt. Hij stelde dat hij risico loopt op uitzetting naar Syrië en materiële deprivatie in detentiecentra. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk getroffen wordt door het Deense beleid, noch dat er sprake is van structurele tekortkomingen die leiden tot een reëel risico op indirect refoulement.
Verder heeft eiser onvoldoende bewijs geleverd dat hij in Denemarken gedetineerd zal worden of dat hij geen toegang heeft tot effectieve rechtsmiddelen. De rechtbank volgde het standpunt van verweerder dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel geldt en dat Denemarken gehouden is internationale verplichtingen na te komen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding om het beroep aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen en wees de verzoeken van eiser af. Er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.