ECLI:NL:RBDHA:2021:8043
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring opvolgende asielaanvraag wegens 1F-status afgewezen
Eiser, een Afghaanse staatsburger met een 1F-status vanwege betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven, diende een opvolgende asielaanvraag in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser geen nieuwe feiten of omstandigheden aanvoerde.
Eiser voerde aan dat het onredelijk is om van hem te verlangen dat hij Nederland verlaat naar een ander land dan Afghanistan, en dat het onthouden van een verblijfsvergunning disproportioneel is. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende inspanningen had verricht om naar een ander land te vertrekken en dat het beroep faalde.
Daarnaast handhaafde de rechtbank het zware inreisverbod gelet op het blijvende gevaar voor de openbare orde, ondanks dat eiser ontkent betrokken te zijn bij de misdrijven. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen omdat eiser geen bijzondere omstandigheden aannemelijk maakte.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het zware inreisverbod gehandhaafd.