Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Eiser heeft de volgende documenten overgelegd:
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraakse nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen ingediend, waarvan de vijfde werd afgewezen als niet-ontvankelijk omdat geen nieuwe relevante elementen werden aangevoerd. Eerder was zijn derde aanvraag afgewezen wegens gebrek aan nieuwe feiten en omstandigheden. De rechtbank oordeelt dat de door eiser overgelegde documenten wel als nieuw moeten worden beschouwd, omdat deze niet eerder zijn beoordeeld, maar dat deze documenten inhoudelijk niets nieuws toevoegen en bovendien waarschijnlijk niet door een bevoegde instantie zijn afgegeven.
Verweerder heeft de aanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat de nieuwe elementen de kans op internationale bescherming niet aanzienlijk vergroten. De rechtbank stelt dat verweerder voldoende gelegenheid heeft geboden voor een contra-expertise en dat eiser deze niet heeft benut. Het beroep tegen het besluit wordt ongegrond verklaard.
De rechtbank verwijst naar het arrest XY van het Hof van Justitie van de EU, waarin is bepaald dat nieuwe elementen ook kunnen bestaan uit feiten die al bestonden maar niet eerder waren ingebracht, en dat de verwijtbaarheidstoets niet van toepassing is in Nederland. De rechtbank bevestigt dat verweerder de verwijtbaarheidstoets ten onrechte heeft toegepast, maar dat dit niet leidt tot een andere uitkomst.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig is genomen en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vijfde opvolgende asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard.