ECLI:NL:RVS:2021:2716
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 20 juli 2021 niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Den Haag verklaarde het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen dit besluit ongegrond op 3 november 2021. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht tevens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist, en om opvang en verstrekkingen. De voorzieningenrechter overwoog de belangen en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen, waarbij de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op € 748,00, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 2 december 2021 door voorzieningenrechter A. Kuijer.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.